ALS RUITER DE WEG OP

Iedere ruiter droomt er wel van op met een paard de weg op te gaan. Een stevige wandeling in het bos, een galoppade langs het strand, een koetsentocht langs de Vlaamse velden …
Met dit idyllische plaatje gaan er wel enkele voorzorgsmaatregelen gepaard, zodat de buitenrit veilig verloopt.

Leeftijd
In België mag iedere ruiter vanaf 12 jaar de openbare weg betreden met een paard of pony. Opgelet, want deze ruiter moet steeds begeleid worden door een volwassen persoon van minstens 21 jaar. Pas vanaf de leeftijd van 14 jaar mag je als ruiter zonder begeleiding op de weg rijden.
Iedere ruiter die de openbare weg betreedt met een paard of pony, moet over voldoende fysieke kwaliteiten, kennis en vaardigheden beschikken om het dier onder controle te houden.

Het ruiterbrevet A toont aan dat de ruiter in staat is om zijn paard te beheersen. Dit brevet wordt vaak gebruikt om aan te tonen dat een ruiter over voldoende vaardigheden beschikt om op de weg te rijden. Dit brevet is echter (nog) niet verplicht om de baan op te gaan.

Jouw plaats op de weg
Als ruiter ben je verplicht om op de rijbaan te rijden en dit zo dicht mogelijk aan de rechterkant. Ruiters mogen niet rijden op de stoep, verhoogde bermen en ook niet op fietspaden.
Moet je een eigendom betreden of verlaten via een berm of stoep, dan mag je deze natuurlijk kruisen om tot aan de rijweg te komen.
Enkel buiten de bebouwde kom is het toegestaan om rechts in de gelijkgrondse berm te rijden.

Je mag maximaal met 2 ruiters naast elkaar op de weg rijden. Dit geldt zowel binnen als buiten de bebouwde kom.

Op aardewegen en bospaden geldt geen verplichting om zo dicht mogelijk rechts te rijden. Wel moet je de voorschriften op het vlak van kruisen (rechts) en inhalen (links) respecteren.
Hou ook voldoende afstand bij het kruisen of inhalen.
Voor deze wegen geldt geen bepaling wat betreft het aantal ruiters dat naast elkaar rijdt.

Op volgende plaatsen zijn ruiters verboden:

  • Weiden en velden indien deze bezaaid zijn.
  • Private wegen (voorzien van een bordje ‘privaat’ of ‘privé’).
  • Buiten de boswegen in een bos (het is bij wet vastgelegd dat indien er bospaden zijn, deze gerespecteerd moeten worden).
  • Plaatsen waar aangegeven wordt dat ruiters niet toegelaten zijn (bv. bord C15 : afbeelding).

Verkeersregels
Ruiters worden aanzien als bestuurders. Dat wil zeggen dat alle regels wat betreft het verkeer, ook voor ruiters gelden. Zo moet je bijvoorbeeld stoppen bij een rood licht, moet je voorrang geven aan een voetganger op een zebrapad en is het ook verplicht de signalisaties, door verkeersborden, te volgen. Wanneer je van richting wil veranderen, moet je dit aan andere weggebruikers kenbaar maken door middel van een armbeweging.
Binnen de bebouwde kom is het verboden om te galopperen. Buiten de bebouwde kom is dit wel toegestaan, maar let steeds op de staat van het wegdek. Een te glad wegdek kan gevaarlijke situaties met zich meebrengen. Dus vooraleer je begint te galopperen, wees er zeker van dat dit geen gevaar inhoudt voor jou, je paard en andere weggebruikers. Ga ook nooit zonder ruiterhelm de rijbaan op!

Wees steeds hoffelijk naar andere weggebruikers toe. Voor jou, als ruiter, is het aangenaam als een weggebruiker hoffelijk is naar jou. Pas dan ook dezelfde regel toe tegenover andere weggebruikers.

De algemene wegcode zegt dat er niet mag gereden worden onder invloed van alcohol en/of drugs. Dit geldt uiteraard ook voor ruiters. Rijden onder invloed is enerzijds gevaarlijk voor andere weggebruikers, maar ook voor je paard en jezelf. Dit is dus uit den boze!

Indien je beslist om in een grotere groep buiten te rijden, gelden ook nog enkele specifieke regels. Zo mogen groepen van minstens 10 ruiters begeleid worden door een groepsleider. Deze persoon moet minstens 21 jaar oud zijn en om de linkerarm een band dragen met de nationale driekleur.
Als deze groep een kruispunt nadert zonder verkeerslichten, mag de groepsleider het verkeer in dwarswegen stilleggen terwijl de groep oversteekt. Hij moet hiervoor gebruik maken van het bord C3.

Benodigdheden voor een buitentocht
Er zijn enkele zaken die je best meeneemt wanneer je met een paard de weg op gaat.

Eerst en vooral moet je jezelf voldoende beschermen met ruiterkledij. Een ruiterhelm moet je steeds op hebben, dus ook op de rijbaan. Voorzie regenkledij, want het is vrij onaangenaam tijdens je tocht uitgeregend te worden en geen beschermende kledij bij te hebben. Let op met kledij die veel lawaai maakt (bv. krakende regenjas). Paarden kunnen hiervan schrikken. Ook spreekt het voor zich dat een paraplu niet thuishoort op een paard.

Wanneer je als ruiter op stap gaat wanneer het schemert of donker is, ben je verplicht om jezelf kenbaar te maken aan de hand van verlichting. Je moet een duidelijk wit of geel licht vooraan dragen en een rood licht achteraan. Deze moeten aan de linkerzijde bevestigd worden (bv. aan de arm of het been van de ruiter).
Voorzie ook voldoende reflecterend materiaal. Je valt beter te veel op in het verkeer, dan te weinig. Ook voor paarden bestaat reflecterend materiaal (bandages, zadeldek,…). Dit kan je ook aandoen wanneer er je ’s nachts nog de baan op bent.

Ook enkele praktische zaken zoals een halster en touw zijn aan te raden. Wanneer je onderweg een pauze houdt, kan je jouw paard even bevestigen aan bijvoorbeeld een paal, door middel van dit halster. Ook een zakmes en een stuk stevig touw kan van pas komen, indien er zich een technisch probleem zou voordoen. Wanneer je op stap bent met een grotere groep voorzie je beter reservemateriaal, zoals een teugel of een stijgbeugelriem.
Een hoevekrabber is ook aan te raden. Als je paard een steentje in de hoef heeft, kan je dit verwijderen met de hoevekrabber. Hier bovenop is het ook praktisch om een klein EHBO-setje mee te hebben. Kleine ongevallen (snijwond, dazenbeet,…) kunnen zo snel verholpen worden.

Vergeet ook je gsm niet! Indien er zich op de weg een ernstig ongeval zou voordoen, kan je om hulp bellen.

Maak je een langere buitenrit, voorzie jezelf dan van voldoende eten en drinken. De paarden zelf hoeven geen eten te hebben tijdens de rit. Rijden met een gevulde maag is voor hen minder gezond dan voor jou. Zorg dat ze nu en dan de nodige rust krijgen met de  gelegenheid om te drinken. Eventueel een deken of vliegendeken kan voorzien worden.

Aangespannen rijden (mennen)
Ook met de koets kunnen menners zich via de rijbaan verplaatsen.
De bestuurder van een bespannen voertuig moet minstens 16 jaar zijn. Hij moet ook in staat zijn om het paard en het voertuig onder controle te houden. De menner moet niet alleen controle hebben over het paard (of paarden), maar hij moet er ook voor zorgen dat het rijtuig op een goede manier op de weg blijft en dat het voertuig voldoet aan alle vereisten.

Net zoals de ruiter, neemt de menner plaats op de openbare weg. Het is niet toegelaten om op een fietspad of de stoep te rijden. Ook mag er niet naast elkaar gereden worden. Wanneer je als groep menners de rijweg opgaat, blijf je achter elkaar en hou je best voldoende afstand.

Volgens de officiële wegreglementering moet de snelheid van de koets aangepast worden aan de snelheid van het verkeer. Gaat het verkeer bijvoorbeeld stapvoets, dan pas je best de snelheid van de koets hieraan aan. Indien de bestuurder zijn snelheid wil verminderen, moet hij dit aangeven aan de hand van een armgebaar.

Net zoals het verminderen van snelheid, moeten ook een zijwaarts manoeuvre of richtingverandering aangegeven worden door een armteken. Er zijn enkele belangrijke signalen die je als menner kan gebruiken wanneer je op pad bent met de koets:

  • Naar links afslaan: zweep horizontaal naar links wijzend
  • Naar rechts afslaan: zweep in de linkerhand en rechterarm naar rechts uitstekend
  • Stopteken: zweep recht omhoog steken boven het hoofd
  • Vertragingsteken: zweep in linkerhand, op- en neergaande rechterarm

De koets wordt op de weg ook aanzien als een voertuig. Bijgevolg moet de koets voorzien worden van verlichting, wanneer er gereden wordt tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag. Dit in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter. Vooraan de koets moeten witte of gele lichten voorzien worden en achteraan rode lichten.

Als ruiter of menner wordt ook van jou verwacht rekening te houden met het milieu en de natuur. We sommen enkele aandachtspunten op waar je rekening mee moet houden wanneer je met een paard in de vrije natuur rijdt.

Respect voor milieu en omgeving

  • Heb respect voor de natuur. Blijf op de aangegeven paden en breng niet opzettelijk schade toe aan de natuur door bijvoorbeeld takken af te rukken.
  • Begeef je niet op privéterrein. Deze terreinen worden aangegeven met een bordje ‘privé’ of ‘privaat’.
  • Maak geen onnodig lawaai. Zo kan je de plaatselijke bevolking en andere dieren storen.
  • Laat je paard of pony niet van planten of bloemen eten. Je schaadt hiermee de natuur en de planten kunnen ook schadelijk zijn voor de gezondheid van jouw paard.
  • Indien er ruiterpaden zijn, maak je hier best gebruik van. Deze zijn speciaal voor ruiters aangelegd en situeren zich vaak weg van drukke wegen en andere zwakke weggebruikers.
  • Pas je snelheid aan wanneer je andere weggebruikers kruist. Ga niet in galop voorbij een wandelend gezin en ook tegenover andere ruiters pas je best je snelheid aan. Kruis je andere natuurrecreanten (zoals joggers of fietsers) op hetzelfde pad, ga hier dan stapvoets voorbij en geef indien nodig voorrang.
  • Laat geen afval achter in de natuur. Hou je een pauze, voorzie dan een extra zakje om afval te verzamelen en laat dit achter in een vuilnisbak. Is er geen vuilnisbak aanwezig, neem je afval dan mee tot aan de eerste vuilnisbak.
  • Het fietsnetwerk is meestal verboden voor ruiters. Zie je een aangelegde mountainbike- route, blijf er dan weg. Deze routes zijn speciaal voor hen aangelegd en deze sporters verwachten geen paard op hun route. Een ongeval is dan ook zo gebeurd.

Deze tips kan je als ruiter of menner meenemen wanneer je de weg betreedt. Algemeen geldt dat je voorzichtig moet zijn en rekening moet houden met andere weggebruikers. Respecteer je de verkeersregels, dan kan er weinig mis gaan op je tochtje te paard.

Veel rijplezier!