AFSPRAKEN

De omgang met paarden vraagt enige aandacht om je veiligheid en die van anderen te garanderen. Hiervoor zijn enkele algemene afspraken opgesteld, die gelden voor alle ruiters in ons land. We overlopen hier een aantal afspraken.

AFSPRAKEN IN DE PISTE

  • Wil je met je paard de rijbaan betreden of verlaten terwijl er ook andere ruiters rijden, maak dit dan steeds kenbaar (bijvoorbeeld door te vragen “deur vrij?” wanneer je de ingang van de piste onduidelijk kan zien). Andere ruiters zijn dan gewaarschuwd en kunnen de doorgang vrij laten.
  • Het op- en afstijgen, maar ook het aansingelen en het aanpassen van de optoming, gebeurt op de AC-lijn. Ga zeker niet op de hoefslag staan, want dan hinder je ruiters die aan het rijden zijn.
  • Zorg tijdens het rijden altijd voor een minimum veiligheidsafstand van 3 meter (een paardenlengte) tussen jouw paard en het paard voor jou.
  • Bouw zonder toestemming nooit hindernissen in de rijbaan als daar andere ruiters rijden. Overleg met de andere ruiters. Ook de verantwoordelijke van de club breng je best op de hoogte, zodat die weet dat er gesprongen zal worden in de piste.
  • Ruiters op de hoefslag hebben steeds voorrang op ruiters die andere figuren rijden. Net zoals op de rijbaan verliest de persoon die een manoeuvre uitvoert, zijn voorrang.
  • De ruiter op de linkerhand heeft voorrang op de ruiter die op de rechterhand rijdt. Hoe weet je nu precies op welke hand je rijdt? De hand die zich aan de binnenkant van de piste bevindt, is de hand waarop je rijdt. Ben je met jouw paard of pony aan het rijden op de rechterhand, wijk dan af van de hoefslag wanneer er een ruiter, die op de linkerhand rijdt, naar jou toe komt. Hij heeft namelijk voorrang. Een gemakkelijke methode om dit te onthouden is dat je bij het kruisen elkaar de linkerhand moet kunnen geven.
  • Geef voorrang aan ruiters die zijgangen oefenen (bijvoorbeeld: schouderbinnenwaarts).
  • Ruiters die jonge paarden berijden en zich in moeilijkheden bevinden, hebben absolute voorrang. Ook wanneer je merkt dat een andere ruiter het moeilijk heeft, geef deze dan voorrang.
  • Andere ruiters de pas afsnijden is niet netjes. Zorg dat je voldoende hebt om tijd aan de kant te gaan.
  • Uitstappen aan de lange teugel gebeurt altijd op de binnenhoefslag (derde hoefslag).
  • Steek om veiligheidsredenen de rijzweep nooit in je laars. Mocht je van je paard vallen, dan kan een zweep in de laars schadelijk zijn.
  • Het dragen van kettingen, oorbellen, ringen, uurwerken en dergelijke, brengt risico’s met zich mee. Je kan ze blijven dragen, maar zorg ervoor dat je nergens kan blijven haperen.
  • Ben je aan het rijden, sta dan niet te praten met een toeschouwer die buiten de piste staat. Niets is als ruiter vervelender om steeds te moeten uitwijken van de hoefslag, omdat er een ruiter staat te praten. Is het dringend, vraag dan even aan de toeschouwer om in de piste te komen om jou te helpen. Is het niet dringend, wacht dan tot na het rijden.
  • In en rond de rijbaan wordt niet gerookt. Dit is niet alleen schadelijk voor de gezondheid, maar het is ook niet veilig in en rond een piste.
  • Als toeschouwer blijf je best uit de piste. Vermijd ook luidruchtige gesprekken en acties om paarden niet te laten schrikken.


AFSPRAKEN IN DE STALLEN

  • Probeer het lopen in de stallen te vermijden. Dit kan de paarden doen schrikken of hen zenuwachtig maken. Paarden die horen dat er gelopen wordt, zullen denken dat er iets aan de hand is. Wie loopt, let meestal minder op zijn omgeving en dan is een ongeluk zo gebeurd.
  • Net zoals rondom de piste, is ook roken in de stallen verboden. Een klein vonkje van een sigaret kan de stallen zo in lichterlaaie zetten door al het stro en hooi dat aanwezig is. Ook brandbare zaken of materiaal dat vuur veroorzaakt, zoals een aansteker, lucifers, ontvlambare stoffen,… horen niet thuis in de stallen.
  • Hou het in en tussen de stallen zo rustig mogelijk. Roep niet, maak geen overbodig lawaai, zet geen luide muziek op, … Wees vooral rustig rondom de paarden. De paarden zullen automatisch ook rustiger zijn.
  • Afval hoort in de vuilnisbak. Laat geen papiertjes, kauwgom of ander afval achter bij de stallen. Heeft jouw paard gemest in de gang? Ruim dit dan op, zodat ook andere ruiters of aanwezigen hier geen hinder van ondervinden.
  • Heb respect voor het materiaal. Laat niets rondslingeren en maak gebruik van het opbergmateriaal als dit voorhanden is. Als je materiaal van een andere ruiter wenst te gebruiken, vraag dan zeker eerst toestemming en gebruik het met de nodige voorzichtigheid.


AFSPRAKEN MET OUDERS

  • Rijd jouw kind paard? Blijf dan steeds positief. Ook wanneer je merkt dat je kind niet netjes zit of niet onmiddellijk doet wat de lesgever vraagt. Het is soms een hele opgave om op een paard te blijven zitten, het vooruit te laten gaan en ondertussen te luisteren naar wat de lesgever zegt.
  • Geef jouw inbreng niet tijdens de lessen. De lesgever is een bekwaam persoon die weet wat hij van de ruiter en het paard verwacht. Heb je vragen of opmerkingen? Stel ze gerust voor of na de les, maar laat de lesgever zijn les afronden. Het is voor de andere ruiters niet aangenaam wanneer hun les steeds gestoord wordt door externen.
  • Het kan dat ouders helpen met het opstijgen van hun kind op het paard of na het afstijgen meehelpen het paard naar de stal te begeleiden. Wees niet onnodig aanwezig in de piste. Te veel volk in de piste leidt tot verwarring bij de paarden. Ook is het voor jou niet veilig om tussen al de paarden rond te lopen.
  • Net zoals in de stallen, wordt er rondom de piste best niet geroepen. Zelfs al ben je laaiend enthousiast omdat jouw kind bijvoorbeeld voor de eerste keer een sprongetje genomen heeft. Deel jouw vreugde na de les met het kind.
  • Let goed op met foto’s. De flits kan paarden doen schrikken.
  • Motiveer je kind zoveel mogelijk. Motivatie werkt stimulerend en je kind heeft baat bij een positieve ingesteldheid. Paardrijden vraagt zelfvertrouwen en dit kan gestimuleerd worden door een motiverende omgeving. Opgelet: Motiveer je kind echter niet te hard! Het komt vaak voor dat te enthousiaste ouders te veel verwachten van hun kind, waardoor het zich net onzeker gaat voelen. Geef hem of haar de kans om fouten te maken en te leren uit deze fouten. Ook op wedstrijden is meedoen belangrijker dan winnen.