Uitrusting ruiter

Zwemmers dragen een zwempak of zwembroek, voetballers dragen voetbalschoenen. Ook ruiters hebben specifieke sportuitrusting. Bepaalde kledingstukken zijn onmisbaar als je een paard bestijgt, andere zaken laat je best achterwege.  Deze maand neemt VLP je mee in de dresscode van ruiter en paard.

De ruiteroutfit

1. Een stevige ruiterhelm

Een ruiterhelm, ook wel toque genoemd, is onmisbaar als veiligheidsuitrusting tijdens het paardrijden. Ruiterhelmen bestaan in verschillende maten, kleuren en modellen. Of je nu liefst een klassieke helm draagt dan wel een moderne, zorg er steeds voor dat de helm perfect past. Een goede ruiterhelm is voorzien van  en een driepuntsluiting. Iedere goedgekeurde helm bevat een CE-markering en voldoet aan de EN-1384 norm (EN-14572 norm indien de helm dient voor hogere prestaties).

Meer weten? Bekijk dan zeker onze maand februari nog eens, waarin de helm uitgebreid aan bod komt.  

2. Ruiterbroek

Een ruiterbroek is niet verplicht tijdens de eerste lessen, maar is aangewezen wanneer je van plan bent om frequent paard te rijden. Een ruiterbroek sluit nauw aan langs de benen en heeft geen naad aan de binnenkant van de benen. Dit voorkomt schuring van de benen tegen het zadel.
Sommige ruiterbroeken hebben een dikkere beschermlaag aan de binnenkant van de knieën en eventueel doorlopend met het zitvlak omdat daar schuurplekken frequent optreden. Deze beschermlaag kan ook in leder of daim zijn.

 

3. Ruiterhandschoenen

Handschoenen geven de ruiter meer grip op de teugels en voorkomen ook blaren tijdens het rijden. Ruiterhandschoenen moeten ook goed aansluiten aan de grootte van de handen. Zijn de handschoenen te klein, dan kunnen ze tegenwerken tijdens het rijden. Zijn de handschoenen echter te groot, dan verliest de ruiter de teugels veel makkelijker. Rijhandschoenen hebben vaak een extra griplaag tussen de vingers om ervoor te zorgen dat de teugels minder snel uit de handen schuiven.
Ze  bestaan in verschillende varianten: winterhandschoenen, zomerhandschoenen, met een kleurtje… De keuze is aan jou!

4. Rijlaarzen of rijschoenen met chaps

De klassieke rijlaarzen stabiliseren de voeten tijdens het rijden. Dit is ideaal voor beginnende ruiters, omdat zij vaak een incorrecte voetpositie hebben tijdens het rijden. Ruiterlaarzen komen tot net onder knieën en bieden ook extra bescherming aan de binnenbenen van de ruiter. Rijlaarzen zijn te verkrijgen in rubberen versie of in lederen vorm. Lederen laarzen hebben als voordeel dat ze zich beter vormen naar het been van de ruiter en ze verluchten ook beter. Rubberen ruiterlaarzen zijn niet zo duur, goed afwasbaar en ideaal om in te stappen in de ruitersport.
Er is ook een variant op de ruiterlaars: de chaps. Chaps zijn stoffen of lederen beschermingsstukken die je rondom je been kan dichtritsen. Onder de chaps worden korte ruiterschoenen gedragen. Deze schoenen zijn zodanig gemaakt dat ze een stevige grip hebben in de stijgbeugel en toch de veiligheid blijven garanderen. De chaps worden over deze schoenen aangetrokken. De chaps moeten steeds goed aansluiten en zo weinig mogelijk speling laten rondom het been. Een chap die te los zit, zal tijdens het rijden verschuiven. Chaps geven de ruiter meer bewegingsvrijheid in de onderbenen.

5. Goed zittende bovenkledij

De ruitersport schrijft geen specifieke bovenkledij voor. In de wedstrijddisciplines gelden wel meer verplichtingen, zoals een wedstrijdjas bij dressuur-en springwedstrijden of een bodyprotector bij eventing (cross-gedeelte).
Recreatieve sporters zijn vrij om te kiezen wat zij dragen als bovenkledij. Best wordt gekozen voor kledij die goed aansluit op het lichaam. Zo kan ze niet wapperen of blijven haperen aan externe voorwerpen waardoor de paarden kunnen schrikken.
Dames opteren best ook voor een stevige beha of sportbeha. Onderzoek heeft aangetoond dat vrouwenborsten gedurende het paardrijden dezelfde schokken moeten incasseren als deze van een hardloopster. Een goede ondersteuning is dus aangewezen en ook voor het zicht van de omstaanders is dit beter!

6. Kousen

Ruiters dragen vaak lange kousen tot onder de knieën. Hierdoor blijven de rijbroek en de chaps/laarzen goed op hun plaats.

7. Kledij aanpassen aan weersomstandigheden

Ruiterkledij pas je best aan aan de weersomstandigheden, maar ook hier geldt enige voorzichtigheid. Als het regent en je rijdt buiten, zorg er dan voor dat de regenjas goed aansluit zodat ze jou of jouw paard niet hindert. Lichte regenjassen (bv. K-way) maken vaak krakende geluiden. Pas dus op als je paard snel schrikt.  
Het spreekt voor zich dat een trui niet aangewezen is wanneer het warmer is dan 25 graden. Sommige ruiters zijn echter geneigd om de ruiterhelm achterwege te laten wanneer het te warm is. Dit is echter allesbehalve veilig. Als het echt te warm is om een ruiterhelm te dragen (en eventueel handschoenen, een ruiterbroek…) wacht je beter met rijden tot de temperatuur gedaald is. Hierdoor spaar je ook je paard, want ook voor het dier is rijden in te hoge temperaturen geen lachertje.

8. Reining

In de discipline reining gelden andere kledijvoorschriften dan bij de andere disciplines. Zo vervangen zij de ruiterbroek door een jeansbroek (zonder binnennaad). Vaak dragen zij een aansluitend hemd, westernlaarzen en een cowboyhoed (met een valhelm in voor beginners en kinderen). Lange chaps en sporen worden ook frequent gebruikt bij reining.

 

9. Mennen

Menners die wedstrijden rijden in het onderdeel dressuur, moeten voorzien zijn van een wedstrijduitrusting. Zij dragen een hoofddeksel, een menschort, kledij aangepast aan het rijtuig, handschoenen en een zweep. Recreatieve menners  op de openbare weg zijn vaak alleen voorzien van een zweep en vaak ook handschoenen en een menschort. Er bestaan geen kledijvoorschriften om met de koets de baan op te gaan.

Wat draagt de ruiter best niet?

1. Loszittende en te grote kledij

Ruiters dragen best kledij die goed zit en nauw aansluit op het lichaam. Hierdoor blijft kledij veel minder snel haperen aan externe voorwerpen. Kledij die te groot is, kan vervelende situaties met zich meebrengen. Zo kunnen rijlaarzen die te groot zijn, uitvallen tijdens het rijden en een te ruime ruiterhelm kan bij een ongeval net meer schade veroorzaken (zoals bv. een gebroken neusbeentje). Zorg er dus voor dat alle kledij goed past!

2. Lawaaimakende kledij

Kledij maakt best zo weinig mogelijk geluid. Krakende vesten, piepende laarzen… kunnen het paard afleiden of laten schikken.

3. Sportschoenen of andere platte schoenen

Alle schoenen met een lage enkelbescherming (zoals sportschoenen, baskets…) kunnen problemen opleveren tijdens het rijden. Doordat de schoenen een lage enkelbescherming hebben, bestaat de kans dat jouw schoen, tijdens het rijden, door de stijgbeugel schuift en de voet hierdoor komt vast te zitten. Dit kan tot gevaarlijke situaties leiden. Dit soort schoenen is uit den boze tijdens het paardrijden.
Het spreekt voor zich dat slippers, crocs en andere ‘open schoenen’ niet thuishoren tussen de paarden. Een paard weegt gemiddeld 600 kg. Een hoef van een paard op jouw voet kan dus bijzonder pijnlijk zijn.

4. Juwelen

Wees voorzichtig wanneer je juwelen draagt tijdens het sporten. Een ketting of armbandje kan blijven hangen en kan jou of je paard verwonden. Dit geldt ook voor horloges, ringen, oorbellen… Best laat je deze achterwege tijdens het rijden.

5. Shorts

Paardrijden met blote onderbenen kan leiden tot geschuurde knieën bij de ruiter. Een ruiter beweegt namelijk voortdurend tijdens het rijden, zeker in draf en galop. Doordat jouw knieën tegen het zadel aansluiten, kan dit leiden tot schuurwonden aan de binnenkant van je knieën en benen. Het is niet alleen heel oncomfortabel maar strookt ook helemaal niet met de dresscode van de sport. Het getuigt van weinig respect voor de sport.

6. Overbodige accessoires

Wat je niet nodig hebt voor het paardrijden, laat je beter achterwege. Zo horen bijvoorbeeld paraplu’s niet thuis op een paard. Dit kan de paarden schik aanjagen of kwetsen. Laat deze aan de kant en trek een stevige regenjas aan bij regenweer.

Bijkomend materiaal van de ruiter

1. Sporen

Sporen zijn een extra hulpmiddel om paarden aan te sporen. Ze vereisen een stabiele beenligging bij de ruiter en de knowhow om ze te gebruiken. Bijgevolg zijn ze dan ook niet voor beginners !
Beginnende ruiters hebben geen baat bij sporen. Zij hebben geen ‘stille’ benen en hebben ook de precieze beenkracht nog niet om paarden bepaalde beenhulpen te geven. Het verkeerd gebruik van sporen kan zware gevolgen hebben voor de communicatie tussen paard en ruiter.

2. Zweep

Een zweepje wordt gebruikt om het paard attent te houden tijdens het rijden of om het meer voorwaarts te krijgen. Er bestaan verschillende soorten zwepen, namelijk springzweepjes, dressuurzwepen, logeerzwepen… Afhankelijk van het gebruik en van de discipline gaat de voorkeur naar een bepaalde soort zweep.
Springzwepen zijn vrij kort (gemiddeld 45 cm) en hebben meestal en breder uiteinde. Bij gebruik ervan geeft de ruiter  een tikje op de schouder van het paard.
Dressuurzwepen zijn langer (gemiddeld 110cm) en ondersteunen de achterhand bij het rijden.
Logeerzwepen zijn nog langer (ongeveer 2m) en dienen niet voor het rijden zelf.  Aan de longeerzweep hangt ook een touw dat ongeveer even lang is als de zweep zelf. Een longeerzweep is enkel aangewezen bij het longeren van een paard.

3. Bodyprotector

Een bodyprotector biedt extra bescherming aan de rug en stabiliseert de romp. In het onderdeel cross van de discipline eventing is een protectorverplicht om veiligheidsredenen. Er zijn zowel voordelen als nadelen aan verbonden. Bij het al dan niet aanschaffen van een bodyprotector, moet je altijd je niveau en discipline in acht nemen. Een bodyprotector is maar optimaal als deze perfect past. Het is een relatief dure aankoop en velen zijn geneigd bij jonge sportbeoefenaars om de bodyprotector te groot te kopen. Dat geeft heel wat problemen en belemmeringen.