MAART: Een paard kiezen

Basiskennis paard (Bron: KNHS)

Als je wilt paardrijden of je wilt omgaan met paarden dan is het heel belangrijk het dier te kennen om te weten te komen op welke manier je een paard moet benaderen. Volgende punten zijn essentieel:

  • De belevingswereld van een paard is die van een angstig prooidier dat vlucht om zijn leven te redden. Het is een gevoelig dier, lichamelijk maar ook emotioneel. Lichaamstaal is het voornaamste communicatiemiddel.
    Een paard praat via zijn lichaam zowel met andere paarden als met ons. Aan de positie van hoofd, benen en staart, aan de stand van de oren, uitdrukking van ogen en mond en dergelijke is af te lezen hoe een paard zich voelt.
    Voorbeelden hiervan zijn:
    • Het orenspel (zie verder)
    • Gedragingen hoofd, staart, ea. (zie verder)
    • Bij gevaar of ontevredenheid kan een paard stampen of steigeren.
  • Het paard is een kuddedier en een vluchtdier. Als hij iets onverwachts ziet, hoort of ruikt, is zijn eerste reactie rennen en dan pas kijken of het wel gevaarlijk was. Omdat ze in groepen leven, hebben paarden ook een kudde-instinct. Als een groepsgenoot vlucht, rent een paard mee om dan pas te kijken wat er aan de hand was.
    Hier moet je als sportbeoefenaar goed van bewust zijn. Daarom is het noodzakelijk om voldoende bekwaam te zijn vooraleer je op wandeling gaat met een paard. En het is niet omdat jouw paard een rustig type is dat het niet zal mee vluchten met andere paarden wanneer er een paard schrikt. Bekwaam zijn om ten allen tijde je paard onder controle te houden op de openbare weg is een must vooraleer je je op de openbare weg begeeft.
  • Een paard is ook een gewoontedier. Als hij ergens bang voor geworden is, zal hij meestal naar een bekende, veilige omgeving vluchten. Mocht je paard ergens van schrikken, wees er dan op bedacht dat hij in zijn vluchtreactie weg van het gevaar zal rennen. Pas als een paard gezien heeft wat het gevaar is en hij besluit er wat aan te doen, gebruikt hij zijn tanden, voorbenen en achterbenen als hele snelle en effectieve wapens.
    Het is daarom ook heel belangrijk om een aantal zaken steeds op dezelfde manier te doen. Dat geeft het paard vertrouwen. Een duidelijke structuur voor de paarden is heel belangrijk.
  • Volgen zit paarden in de genen, maar dan wel het volgen van een leider. Dit hoeft niet eens perse een ander paard te zijn. Als een mens die plaats kan innemen, is dat voor ons paard een acceptabel alternatief. Paarden denken niet rationeel en zijn niet in staat om abstract te denken. Ze beleven gewoon het moment. Paarden hebben natuurlijke behoeften en één daarvan is dat zij duidelijkheid willen over wie de leiding heeft, de dominantieverhouding. Op het moment dat wij beslissen dat we een paard gaan rijden (houden, trainen, verzorgen), plaatsen we onszelf in een leidinggevende positie. De hamvraag is of we die positie aankunnen en welke consequenties het heeft.
  • Paarden hebben een onzichtbare cirkel om zich heen: hun privégebied (ongeveer een paardlengte 2 meter). Paarden accepteren binnen hun privéomgeving geen vreemden of anderen die ze niet aardig vinden of die zich niet op de juiste manier gedragen.
  • Een paard vergeet een slechte ervaring (onterechte straf, gevaarlijk voorwerp) niet snel. Van hun goede geheugen maken wij gebruik als we paarden leren hoe het er in de mensenwereld aan toegaat en hoe we ze met ons mee kunnen laten werken, zodat ze er zelf ook plezier aan hebben. In het algemeen geldt: hoe jonger het dier, hoe onervarener. Een onervaren paard zal met name oorspronkelijk paardengedrag en paardenreacties vertonen en minder aangeleerde mensenreacties. Als er iets gebeurt, houdt een paard geen rekening met z’n berijder of begeleider. Jij zult dus rekening met hem moeten houden. Positief gedrag belonen is veel efficiënter dan negatief gedrag afstraffen.
  • Paarden ervaren de wereld niet zoals wij. Het meest opvallende verschil is zijn gezichtsvermogen. Een paard heeft zijn ogen aan de zijkant van 't hoofd en dat betekent dat hij sommige dingen alleen met één oog ziet. Het paard heeft een panoramische blik en ziet een lang, smal beeld van zijn hoofd tot aan zijn achterhand zonder zijn hoofd te bewegen. Slechts een smalle strook van dit beeld ziet het paard scherp, de rest is wazig. Het gezichtsveld van het paard richt zich over de neus, richting de grond. Een paard moet zijn neus dus optillen om recht voor zich uit te zien. Een paard moet zijn hoofd naar iets toe moet draaien om goed te kunnen zien. Dat moet je ook toelaten. Weten hoe een paard zijn wereld ziet, verandert het één en ander aan onze omgang met paarden. Paarden functioneren goed bij verminderd zicht, maar je moet ze daar wel altijd goed in sturen.
  • Ieder dier heeft zijn eigen karakter en eigenaardigheden. Belangrijk is dat te aanvaarden. Het is geen schande als je met een bepaald paard niet kan omgaan. Het duurt bijna een mensenleven voor je echt weet wat een paard is en hoe je ermee moet omgaan. Overschat jezelf niet.

Lichaamstaal paard: oren (Bron: KNHS)
Een paard kan een hoop duidelijk maken door middel van lichaamstaal. Vooral met zijn oren, maar ook met de staart, het hoofd en andere uitingen.

Oren
Met zijn oren kan een paard een heleboel vertellen. Naar voren, naar achteren, maar ook opzij en zelfs los van elkaar. Om goed met een paard om te gaan, is het belangrijk dat je de betekenis van het orenspel begrijpt. Door de oren constant te draaien kan het paard zijn omgeving goed in de gaten houden. Het ene paard zal een drukker orenspel hebben dan het andere paard.

Vaak staan de oren in de richting van ‘iets’ waar het paard zijn aandacht op gericht heeft. Dat kan zijn op een vreemd voorwerp of een drukke gebeurtenis in de verte: het paard heeft dan de oren vaak naar voren staan (soms ook de hals gestrekt richting het ‘iets’). Maar ook wanneer het paard de oren iets naar achteren doet, kan dit betekenen dat hij daar iets hoort of zijn aandacht op iets achter hem heeft gevestigd. Bijvoorbeeld wanneer je intensief aan het rijden bent: het paard kan best één of twee oren op de ruiter richten omdat zijn aandacht bij de hulpen is die je geeft.

Beide oren naar voren: dit kan meerdere dingen betekenen. Vaak is het paard blij en voelt hij zich prettig. Maar het kan ook betekenen dat het paard geïnteresseerd, nieuwsgierig of alert is. Een paard dat contact zoekt, houdt de oren ook vaak eerder naar voren dan naar achter om zo een goede indruk te maken.
Beide oren hangend opzij: dit is vaak een teken van ontspanning. Het paard heeft de oren dan wat meer ‘hangen’ dan echt ‘staan’. Als beide oren opzij staan en het paard verder alertheid uitstraalt, kan het ook zijn dat hij bepaalde geluiden vanuit de omgeving opvangt.
Beide oren naar achteren: Een paard kan door zijn oren naar achteren te leggen meerdere dingen willen zeggen. Het paard kan boos zijn, maar ook chagrijnig of humeurig. Het paard legt de oren dan naar achteren om anderen te waarschuwen. Of het paard geeft ermee aan niet gestoord te willen worden. Maar een paard hoeft niet altijd chagrijnig te zijn, wanneer hij de oren naar achteren heeft staan. Ook een paard dat ‘op rust’ staat heeft soms de oren wat meer naar achter hangen in plaats van opzij. Een paard dat pijn heeft kan ook de oren naar achteren hebben om zijn ontevredenheid over de pijn te uiten - als de pijn erg hevig is kan het dier zelfs de oren plat in de nek leggen. Een andere reden waarom een paard zijn oren naar achteren kan leggen, is wanneer het dier geconcentreerd is of iets misschien lastig vindt. Bij moeilijke oefeningen zijn er bijvoorbeeld veel paarden die hun oren naar achteren hebben - niet omdat ze boos zijn of het niet leuk vinden, maar omdat ze zich moeten concentreren. Tenslotte kan een paard de oren naar achter houden wanneer het dier de aandacht richt op ‘iets’ dat zich achter hem bevindt.

Eén oor de andere kant op: Wanneer een paard het ene oor een andere kant op richt dan de andere, kan dit gewoon betekenen dat hij iets hoort of even zijn aandacht vestigt op een bepaald voorwerp, geluid of mens/dier. Onder het rijden kan het best voorkomen dat één oor wat naar voren wijst en de ander wat naar achter, dat kan betekenen dat het dier zich wat concentreert op de ruiter maar ook op zijn omgeving.
Constant draaiende oren: Dit betekent eigenlijk voornamelijk dat het paard de omgeving goed in de gaten houdt. Wat gebeurt er en waar? Door middel van het steeds weer draaien van de oren vangt het paard allerlei geluiden op.

Lichaamstaal paard: staart, hoofd en andere uitingen (Bron: KNHS)

Staart

  • Staart heen en weer bewegen: hiermee laat het paard zien dat het opgewonden is.
  • Hangende staart: hiermee laat het paard zien dat het moe of uitgeput is of pijn heeft.
  • Opgeheven staart: hiermee laat het paard zien alert te zijn en alles in de gaten te houden.
  • Staart strak en stijf naar achteren: hiermee laat het paard zien erg boos te zijn.
  • Staart eerst opzij en dan recht omhoog: hiermee laat het paard zien bang te zijn.


Hoofd

  • Hoofd plotseling schudden of hoofd naar boven opgooien: hiermee laat het paard zien dat het geïrriteerd is.
  • Hoofd regelmatig op een neer schudden: hiermee laat het paard zien dat het beter wil zien wat er om hem heen gebeurt.
  • Hoofd ineens afwenden: dit betekent dat het paard iets nieuws ziet en wellicht denkt dat er gevaar in de buurt is (schrikt).


Andere uitingen

  • De achterhand toekeren: Dit is een dreiging van het paard waarmee het laat zien dat je weg moet gaan of moet stoppen en dat het anders gaat slaan.
  • Schrapen met de voorvoet: Dit betekent dat het paard ongeduldig is of zich verveelt en wil bewegen.
  • Opheffen voor- of achterbeen: dit is een dreiging van het paard waarmee het laat zien dat hij het niet fijn vindt wat je doet en dat het gaat slaan als je er niet mee ophoudt.
  • Tanden laten zien: dit is een dreiging van het paard: 'pas op of ik ga bijten'.
  • Ogen wijd ogen: hiermee laat het paard zien bang te zijn of iets erg interessant te vinden.
  • Knabbelen: als een paard knabbelt vindt hij je aardig.
  • Neusvleugels optrekken: dit is een uiting van spanning.
  • Neus naar voren en mond dicht: Het paard is nieuwsgierig en gaat op onderzoek uit: 'wie ben je en wat wil je?'
  • De hals rond maken en oprichten is proberen indruk te maken.