Welke bodem is geschikt?

De ondergrond in de piste is een belangrijke factor om blessures bij paarden te voorkomen. Welke ondergrond er precies in welke rijpiste aanwezig is, hangt af van de locatie van de rijpiste. Gaat het om een overdekte rijpiste, dan heb je geen problemen met wateroverlast, terwijl dit in een buitenpiste wel het geval kan zijn.

In een binnenpiste wordt vaak gebruik gemaakt van een zandbodem. Hier moet wel rekening gehouden worden met droogte tijdens de zomermaanden. Is het zand te licht, dan gaat het opstuiven tijdens het rijden. Om dit te voorkomen wordt vaak grover zand toegevoegd, of wordt er gebruik gemaakt van andere materialen, zoals kokosvezels, naaldhoutschilfers of polyvlokken.
Een buitenpiste wordt ook vaak opgevuld met zand en wordt beter voorzien van een drainagesysteem dat het overvloedige water afvoert. Zo worden plassen en een te natte bodem vermeden. Dit is veiliger om paarden te berijden, omdat de paarden hierdoor minder snel wegschuiven. Als toplaag wordt vaak gebruik gemaakt van zeezand of wit zand. Dit stijft minder snel op bij droog weer en droogt ook sneller op na een regenbui.
Buiten kan ook gebruik gemaakt worden van gras om op te rijden. Zelf kunstgras, speciaal ontwikkeld voor paardensport, is beschikbaar op de markt.

Welke ondergrond je precies in de piste wil leggen, hangt af van jouw eigen voorkeur en de omstandigheden waarin de piste zich bevindt. Zolang de pistebodem zowel voor stabiliteit als voor voldoende veerkracht zorgt en berijdbaar blijft in alle omstandigheden, kunnen we spreken van een goede rijpiste.